Algemeen Reglement
Digitaal slotracen – Ninco
GT klasse
1 Organisatie
De
organisatie van het slotracen is om praktische redenen in handen van volgende
personen:
voorzitter & penningmeester: Dhr. Coeck, Mike;
secretaris: Dhr. Clarys, Steve;
ze worden hierna aangeduid als ‘de organisatie’, hetzij ‘de organisatoren’.
De
organisatie voorziet de locatie en de diverse baanonderdelen, waardoor er
geslotracet kan worden. Indien er aan een locatie kosten verbonden zijn, dan
zullen deze ten laatste zeven dagen voor de slotrace gehouden wordt aan de
deelnemers worden medegedeeld. Elke persoon dient zijn of haar deelname te
bevestigen ten laatste drie dagen voor de race. Van elke persoon die zijn
deelname bevestigt, wordt verwacht dat hij of zij evenredig participeert in de
kosten van de locatie.
De
organisatoren zijn niet weerhouden van deelname aan de door henzelf georganiseerde
slotraces. De organisatie verbindt zich ertoe om op geen enkele manier voordeel
te halen uit het feit dat ze organiserende partij is.
2
Deelnemer
Elke
persoon die deelneemt aan een slotrace (cfr. deelnemer) van de organisatoren, verklaart
zich akkoord met alle bepalingen, zonder uitzondering, van dit Algemeen
Reglement.
Een deelnemer mag zich tot de organisatoren wenden in elke situatie waarin onenigheid,
onduidelijkheid, onvolledigheid, twijfel of tegenstrijdigheid van of met het
Algemeen Reglement optreedt. De organisatie is ertoe verplicht om, eventueel na
overleg met de deelnemer(s), duidelijkheid te scheppen omtrent deze onenigheid,
onduidelijkheid, onvolledigheid, twijfel of tegenstrijdigheid via motivering
van de door de organisatie ingenomen standpunten.
3
Restbepaling
In
alle gevallen waarin dit Algemeen Reglement niet voorziet of onduidelijk wordt
geacht, ligt de eindbeslissing bij de organisatoren.
Het
Algemeen Reglement kan te allen tijde worden gewijzigd door de organisatie,
zonder voorafgaande waarschuwing. Wijziging van sectie “II. Wagenspecificaties”
van het Algemeen Reglement tijdens een lopend seizoen, kan enkel na goedkeuring
van de wijziging door alle deelnemers van een lopend kampioenschap.
Telkenmale
nadat het Algemeen Reglement wordt aangepast, zal het door de organisatie
middels email worden verstuurd aan alle deelnemers van het lopende kampioenschap.
Een aangepast Algemeen Reglement wordt van kracht op de vijfde dag na de
versturing ervan per email en vervangt dan het voorafgaande Algemeen Reglement.
1
Algemeen
Elke
deelnemer dient een eigen wagen te voorzien om te kunnen deelnemen. Een wagen
moet door de deelnemer worden uitgerust met een zgn. digitale chip van het merk
‘Ninco’. Een digitale chip kan tegen kostprijs worden aangekocht bij de
organisatie. Het staat elke deelnemer vrij om via eigen middelen een digitale
chip te bekomen. De digitale chip dient geplaatst te worden binnenin de wagen
en dient behoorlijk te zijn vastgemaakt. Een standard wagen mag worden
aangepast met ninco pro race en pro race evo onderdelen. Onderdelen van andere
merken zijn niet toegelaten met uitzondering van braids en bearings.
2
Toegelaten modellen
Alle
GT modellen met schaal 1:32 van het merk ‘Ninco’ zijn toegelaten. Op dit moment
zijn volgende wagens toegelaten:
Ascari
KZ1
Porche
997
Porche
934
Porche
911
Nissan
350Z
Mosler
MT900R
Lexus
SC 430
Lamborgini Gallardo
Ferrari 360 GTC
Ferrari F-50
Mclaren F1 GTR
Audi TT-R
BMW M3
Honda NSX
Toyota
Supra
Indien
je niet zeker bent of een wagen al dan niet is toegestaan contacteer dan de
organisatie.
De
organisatie behoudt zich het recht voor om een wagen ter beschikking te stellen
van een deelnemer die ofwel geen wagen bezit, ofwel geen wagen bezit die
voldoet aan de specificaties beschreven in sectie “II. Wagenspecificaties”. De
wagen die de organisatie ter beschikking stelt dient te voldoen aan de specificaties
beschreven in sectie “II. Wagenspecificaties”.
3
Chassis
Een
wagen dient voorzien te zijn van het bij het model horende chassis. Het is
toegelaten om het chassis te verstevigen of te repareren bij barsten of
breuken. Deelnemers mogen delen van het chassis verwijderen, aanpassen of
vervormen, zolang dit geen zichtbare invloed heeft op het uiterlijk van de
wagen. (bijv. het verwijderen van een zichtbare rooster is niet toegelaten; het
rechtmaken van een chassis is toegelaten; het uitboren van de guidehole is
toegelaten).
Alle
oorspronkelijk voorziene schroefgaten van een chassis dienen vrij te zijn opdat
het chassis middels schroeven aan de kap kan worden bevestigd.
4
Kap
De
kap van een wagen dient voorzien te zijn van een interieur mét chauffeur. Het
interieur dient zodanig ingewerkt te zijn in de kap, dat de interne delen van
de wagen niet zichtbaar zijn wanneer de kap op het chassis is bevestigd.
Een
kap mag bewegend op het chassis van een wagen worden bevestigd, doch er dient door
elk van de oorspronkelijk voorziene schroefgaten een schroef te zitten. Indien
een wagen tijdens het rijden één of meerdere schroeven verliest, dan mag de
wagen niet verder rijden tot de eerstvolgende gelegenheid dat de wagen terug
startgerechtigd is. De wagen wordt tevens geschrapt uit de uitslag van de
manche waarin de wagen een schroef verloor.
Deelnemers
mogen delen van een kap verwijderen, zolang dit geen zichtbare invloed heeft op
het uiterlijk van de wagen. Spiegels, antennes, trekhaken en/of achterspoiler
mogen worden verwijderd.
5
Motor
Een
wagen dient voorzien te zijn van exact één motor. Deze motor dient van het merk
‘Ninco’ en het type ‘NC-5’ (speeder) te zijn. De positionering van de motor in
de wagen mag vrij worden gekozen; zowel ‘in-line’ als ‘sidewinder’ als
‘anglewinder’ plaatsing van de motor is toegelaten. Het is niet toegelaten om modificaties
aan de interne delen van de motor te maken. De enige uitzondering hierop is het
smeren van de motor en/of de motor-bearings.
6
Magneet
Enkel
de zgn. ‘buttonmagneet’, met afmetingen 8 x 5 mm van het merk ‘Ninco’ is
toegelaten. Een wagen mag van slechts één magneet voorzien zijn. De magneet dient
geplaatst te zijn binnenin de wagen, gelegen tussen voor- en achteras. De
magneet dient behoorlijk te zijn vastgemaakt in een wagen.
7
Voor- en achteras
De
maximum toegelaten lengte van de voor- of achteras bedraagt 54 mm
8
Velgen
Een
wagen dient voorzien te zijn van vier velgen: twee voorvelgen die bevestigd
zijn aan de vooras en twee achtervelgen die bevestigd zijn aan de achteras. De
velgen dienen behoorlijk te zijn vastgemaakt aan de assen.
9
Banden
Enkel
banden van het merk ‘Ninco’ zijn toegelaten. Een wagen dient voorzien te zijn
van vier banden: twee voorbanden die rond de voorvelgen zitten en twee achterbanden
die rond de achtervelgen zitten. De minimum grote voor de voorbanden is 18x10.
De achterbanden moeten A-25 shore 20x11,5 zijn.
Een
as gemonteerd met velgen en banden mag, bij meting evenwijdig met de as,
maximum 65 mm lang zijn.
De
banden mogen niet meer dan 1 mm uit de wielkassen steken, tenzij dit technisch
niet haalbaar is.
Het
is aan iedereen verboden om te rijden met siliconenbanden. Wagens met
siliconenbanden laten tijdens het rijden een dunne laag residu achter op de
baan, waarop wagens met niet-siliconenbanden wegschuiven. Deze residulaag is zeer
moeilijk te verwijderen van de baan. Elke inbreuk op dit verbod kan worden bestraft
met onder andere tijdstraf, aftrek van punten, tijdelijk startverbod en/of diskwalificatie.
10
Pinions (gears), bearings en braids
Het
aantal tanden van de pinions die aan de motor of de as hangen, mag vrij
gekozen worden.
Alle
soorten bearings van alle merken zijn toegelaten.
Alle
soorten braids van alle merken zijn toegelaten.
11
Gewicht van de wagen
Een
wagen die rijklaar is moet tussen 80 g en 160 g wegen. Het is toegelaten om een
wagen lichter te maken of te verzwaren, zolang het gewicht van de wagen binnen
deze grenzen valt. Een wagen mag enkel verzwaard worden op niet-zichtbare plaatsen.
Alle soorten materialen mogen gebruikt worden om een wagen te verzwaren,
behalve extra magneten, cfr. sectie “II.6 Magneet”. Alle gebruikte materialen
dienen behoorlijk te zijn vastgemaakt in een wagen.
12
Externe modificaties
Het
herschilderen van een wagen is toegelaten. Externe modificaties aan een wagen die
niet beschreven staan in dit Algemeen Reglement moeten op voorhand worden
goedgekeurd door de keuringscommissie (zie ook sectie IV.4 Keuringscommissie).
13
Snelheidsregelaar
Volgende
snelheids regelaars zijn toegestaan:
Standard ninco n-digital
Progressive ninco n-digital
Slot.it scp-1
1
Seizoen
Een
seizoen is de periode waarbinnen het kampioenschap plaatsvind. Gedurende een
seizoen wordt er door de deelnemers van het kampioenschap gereden voor de eindoverwinning.
2
Kampioenschap
Het
kampioenschap bestaat uit een voorafbepaald aantal races, die GP’s worden genoemd.
In
elke GP kunnen er door alle deelnemers punten worden behaald die bepalen welke
plaats elke deelnemer in het klassement van het kampioenschap inneemt.
De
data waarop de diverse GP’s dienen te worden gereden, worden bij consensus tussen
de organisatie en de deelnemers vastgelegd bij het begin van een seizoen.
Eveneens bij consensus kunnen tijdens een seizoen de data van de nog te rijden GP’s
worden aangepast.
3
Inschrijving en uitbetaling
Om
te kunnen deelnemen aan een GP of aan een kampioenschap dient een deelnemer een
lidgeld van € 15,00 (vijftien Euro) betaald te hebben. Van de ontvangen lidgelden
worden door de organisatie onder andere de volgende onkosten betaald: onderhouden
van de baan, uitbreiding van de baan, aanschaffen van prijzen,... Een deelnemer
kan te allen tijde een overzicht van de gemaakte onkosten opgevragen bij de
organisatie. Overgehouden budget zal worden overgedragen naar het volgende race
seizoen.
De
deelnemer die aan het einde van het seizoen eerste is in de eindstand van het
kampioenschap, zal worden uitgeroepen tot kampioen en ontvangt tevens de trofee.
4
Punten en puntentelling
Na
afloop van elke GP worden er aan de deelnemers ‘GP punten’ toegekend volgens ‘tabel
1’:
Plaats GP Punten
1 30
2 25
3 21
4 18
5 15
6 13
7 11
8 10
9
9
10
8
Tabel 1
De
plaats die een deelnemer behaalde na afloop van een GP zal worden bepaald door
de resultaten die de deelnemers behalen in zogenaamde ‘GP manches’ (zie ook
secties “III.5 GP” & “III.7 GP manches”). Voor elke deelnemer zal het aan hem
of haar toegekende puntenaantal dat werd behaald in een GP genoteerd en bijgehouden
worden door de organisatie. Dit puntenaantal zal meetellen voor het klassement van
de deelnemer in het lopende kampioenschap. Een deelnemer die niet aanwezig is
op een GP kan voor die GP geen punten behalen voor zijn of haar klassement.
5
GP
Elke
GP bestaat uit twee kwalificatiesessies (zie sectie III.6 GP kwalificatietijd),
gevolgd door een aantal ‘GP manches’ van de formats ‘eruit is eruit’ en ‘time
racing’ (zie sectie III.7 GP manches).
Aan
het begin van een GP wordt door loting aan elke wagen een startnummer toegekend.
Dit startnummer is tevens het nummer van de regelaar waarmee de deelnemer rijdt
tijdens de GP, tenzij hij een eigen regelaar wenst te gebruiken.
De
uitslag van een GP zal worden bepaald door de resultaten die elke deelnemer
behaalde in de door hem of haar gereden manches. Voor elke deelnemer zal het
door hem of haar behaalde puntenaantal in de manches worden genoteerd en
bijgehouden door de organisatie. Na afloop van alle manches van een format worden
deze punten bij elkaar opgeteld en worden er aan de deelnemers ‘reekspunten’ toegekend
deze punten verdeling verschilt naar gelang het aantal deelnemers.
Na
afloop van alle manches van elk format, worden voor elke deelnemer de
reekspunten die hij of zij behaalde voor de verschillende formats bij elkaar
opgeteld. De deelnemer met het grootste totaal zal door de organisatie worden
uitgeroepen tot winnaar van de GP. Deze deelnemer krijgt dertig GP punten voor
het kampioenschap, cfr. Tabel 1. De deelnemer met het tweede grootste totaal
krijgt vijfentwintig GP punten, cfr. Tabel 1. De deelnemer met het derde
grootste totaal krijgt éénentwintig GP punten, cfr. Tabel 1, enz.
Men
is niet verplicht om elke GP met dezelfde wagen te rijden. De gebruikte wagen
dient te voldoen aan de bepalingen in sectie “II. Wagenspecificaties”.
6
GP kwalificatietijd
Om
te bepalen in welke volgorde de deelnemers een startpositie mogen kiezen op de
startgrid tijdens de manches, dient elke deelnemer bij het begin van een GP een
kwalificatietijd te rijden tijdens twee kwalificatiesessies (cfr. GP
kwalificatietijd).
De
deelnemers rijden de eerste kwalificatiesessie in volgorde van hun startnummer.
Tijdens de eerste sessie krijgt elke deelnemer één minuut de tijd om een snelste
rondetijd neer te zetten. Deze eerste sessie wordt gevolgd door een tweede
sessie, waarin elke deelnemer nogmaals één minuut kan rijden om opnieuw een
snelste rondetijd neer te zetten. De volgorde waarin de deelnemers de tweede
sessie rijden wordt bepaald door de snelste rondetijd die de deelnemers lieten noteren
tijdens de eerste sessie, waarbij de deelnemer met de traagste tijd eerst rijdt
en de deelnemer met de snelste tijd laatst. De snelste van de twee tijden die een
deelnemer reed tijdens de kwalificatiesessies zal tellen als diens GP kwalificatietijd.
Wanneer
een deelnemer, wiens beurt het is om te rijden in een sessie, niet klaar is, om
welke reden dan ook, dan is deze deelnemer verplicht te verzaken aan zijn of haar
beurt voor de sessie en kan er bijgevolg geen snelste rondetijd worden
genoteerd voor de deelnemer. Indien een deelnemer in geen van beide
kwalificatiesessies meereed, dan kan er geen kwalificatietijd worden genoteerd
voor deze deelnemer.
Indien
meerdere deelnemers dezelfde GP kwalificatietijd lieten noteren, dan zullen de snelste
rondetijden van de andere sessie van deze deelnemers werken als tiebreaker. De
deelnemer die in de andere sessie een snellere tijd reed dan de andere
deelnemer(s) in de zijne of hare krijgt dan voorrang op de startgrid tijdens een
manche die de deelnemers samen rijden.
7
GP manches
Een
GP bestaat uit één of meerdere te rijden manches (cfr. GP manches). Een manche
is een op zichzelf staande, enkelmalige keer dat er wordt gereden volgens één
van de hieronder bepaalde ‘formats’. Het aantal GP manches en de tijsduur ervan,
is afhankelijk van het aantal deelnemers van een GP.
In
een manche van een GP zal aan minimaal twee en aan maximaal alle deelnemers de
gelegenheid tot rijden worden verschaft. Elke deelnemer zal de gelegenheid
krijgen om evenveel manches te rijden als elke andere deelnemer.
Een
manche wordt enkel in de volgende situaties stilgelegd of onderbroken:
bij
de start van een manche reageert een wagen niet wanneer de deelnemer zijn of haar
regelaar indrukt, terwijl de andere wagens normaal kunnen rijden;
er is kortsluiting op de baan;
er
is een ander, technisch, defect aan de baan.
Een
manche wordt niet stilgelegd wanneer een wagen uitvalt door één of meerdere
technische problemen aan de wagen zelf.
Aan
het einde van elke manche zullen er door de organisatie punten worden toegekend
aan de deelnemers volgens de door hen behaalde plaats. Een laatste plaats levert
één punt op voor een deelnemer, een tweede laatste plaats levert twee punten op,
een derde laatste plaats levert drie punten op, een vierde laatste plaats
levert vier punten op, een vijfde laatste plaats levert zes punten op, een zesde
laatste plaats levert acht punten op, een zevende laatste plaats levert tien punten
op, een achtste laatste plaats levert twaalf punten op. Eén bonuspunt wordt
toegekend aan de deelnemer die met zijn wagen de snelste rondetijd reed in een manche.
Indien meerdere deelnemers dezelfde snelste rondetijd reden, dan krijgt elk van
deze deelnemers een bonuspunt. Bij een duidelijk foute registratie van de
snelste tijd door het systeem, zullen er geen bonuspunten worden toegekend.
Enkele
formats zijn:
‘Eruit
is eruit’:
Een GP manche waarbij tot acht verschillende deelnemers kunnen meerijden en
waarbij er geen enkele wagen terug mag worden ingezet nadat deze van de baan
ging. Het aantal te rijden manches is gelijk aan het aantal deelnemers van de
GP. Een manche duurt twee minuten en aan het einde ervan wordt voor elke
deelnemer vastgesteld hoeveel ronden hun wagen heeft afgelegd. De eerste plaats
gaat naar de deelnemer wiens wagen het grootste aantal ronden heeft afgelegd,
de tweede plaats gaat naar de deelnemer wiens wagen het tweede grootste aantal
ronden heeft afgelegd, enz. Indien meerdere wagens een zelfde aantal ronden
hebben afgelegd, dan telt de afgelegde afstand in de huidige ronde mee.
De
volgorde op de startgrid voor de eerste manche wordt bepaald door de
kwalificatietijd van de deelnemers. Bij elke volgende manche wordt de volgorde
op de startgrid bepaald door de voorgaande manche; de deelnemer die laatst
eindigde in de voorafgaande manche kiest als eerste een positie op de
startgrid, de deelnemer die tweede laatst eindigde in de voorafgaande manche
kiest als tweede een positie op de startgrid, enz. Het is mogelijk dat een
deelnemer wiens wagen van de baan ging, toch een hogere plaats kan behalen in
een manche dan een deelnemer wiens wagen niet van de baan ging, doordat zijn of
haar wagen meer ronden afgelegde.
Indien er één deelnemer meer is dan dat er mogelijke startplaatsen
zijn in de manches, dan
mag er voor elke manche telkens één deelnemer niet meerijden volgens de volgende
methode: voor de eerste manche is dit de deelnemer met de tweede slechtste
kwalificatietijd, voor de tweede manche is dit de deelnemer met de snelste
kwalificatietijd, voor de derde manche is dit de deelnemer met de tweede snelste
kwalificatietijd, voor de vierde manche is dit de deelnemer met de derde snelste
kwalificatietijd, enz. Voor de laatste manche is dit de deelnemer met de
slechtste kwalificatietijd.
De
deelnemer die niet mocht meerijden in een voorafgaande manche kiest als eerste
een positie op de startgrid bij een volgende manche, de deelnemer die laatst
eindigde in de voorafgaande manche kiest als tweede een positie op de startgrid,
tenzij deze deelnemer niet mag meerijden door de hierboven beschreven methode,
enz.
Indien
er twee deelnemers meer zijn dan dat er mogelijke startplaatsen zijn in de
manches,
dan mogen er bij elke manche telkens twee deelnemers niet meerijden. Elke
deelnemer zal tweemaal niet mogen meerijden in de manches. Geen van de deelnemers,
met uitzondering van die met de slechtste kwalificatietijd, zal in twee
opeenvolgende manches niet mogen meerijden. Hierbij dient gebruik gemaakt te
worden van de volgende methode: de eerste van de twee deelnemers die niet mag
starten in een manche wordt de ‘pivot’ genoemd en is de deelnemer met het
startnummer dat overeenstemt met het nummer van de manche (de pivot in de
eerste manche is de deelnemer met startnummer 1, de pivot in de tweede manche
is de deelnemer met startnummer 2, enz.). Indien de deelnemer met het laatste
startnummer tevens de slechtste kwalificatietijd reed, dan wordt de pivot voor
de voorlaatste manche de deelnemer met het laatste startnummer en de pivot voor
de laatste manche is dan de deelnemer met het voorlaatste startnummer. De
tweede deelnemer die niet mag starten in een manche wordt de ‘back-up’ genoemd
en is voor de eerste manche de deelnemer met de derde slechtste
kwalificatietijd. Voor de tweede manche is dit de deelnemer met de snelste
kwalificatietijd, voor de derde manche is dit de deelnemer met de tweede snelste
kwalificatietijd, enz. Voor de laatste manche is dit de deelnemer met de
slechtste kwalificatietijd.
Een
rijschema dient te worden opgesteld voordat de manches worden gereden.
Indien
er in het schema zich een situatie voordoet waarbij tweemaal dezelfde deelnemer
wordt aangeduid voor een manche, of indien de pivot en de back-up in twee
opeenvolgende manches dezelfde deelnemer is, dan wordt de back-up de deelnemer
met de laagste kwalificatietijd die nog geen back-up is geweest.
Indien
er in het schema zich een situatie voordoet waarbij tweemaal dezelfde deelnemer
wordt aangeduid, of indien de pivot en de back-up in twee opeenvolgende manches
dezelfde deelnemer is en men kan de situatie niet aanpassen via de nog te
rijden manches, dan dient men in het schema manche per manche terug te gaan om
zo de situatie alsnog aan te passen.
‘Time
racing’: Een GP manche waarin slechts een deel van de deelnemers mag
starten per manche. Bij dit format worden wagens die van de baan gaan terug
ingezet. Een manche duurt zes minuten en aan het einde van de manche wordt voor
elke deelnemer vastgesteld hoeveel ronden hun wagen heeft afgelegd. De eerste
plaats gaat naar de deelnemer wiens wagen het grootste aantal ronden heeft
afgelegd, de tweede plaats gaat naar de deelnemer wiens wagen het tweede
grootste aantal ronden heeft afgelegd, enz.
Een
rijschema dient te worden opgesteld voordat de manches worden gereden waarin de
rijvolgorde van alle deelnemers per manche wordt genoteerd. Het aantal manches
is afhankelijk van het aantal deelnemers, maar alle deelnemers kunnen een
gelijk aantal keer rijden keer en elke deelnemer zal minstens vier keer kunnen.
Bij elke manche zal telkens een van de voorgaande manches verschillend startgrid
van deelnemers kunnen starten.
8
Herstelling
Een
deelnemer mag tijdens een manche zijn of haar wagen van de baan nemen om een
probleem aan de wagen te verhelpen of om een herstelling uit te voeren. De
manche wordt hiervoor niet stilgelegd.
Na
elke manche krijgen de deelnemers een maximumtijd van vijf minuten om
herstellingen, vervangingen of aanpassingen aan hun wagen uit te voeren.
Een
deelnemer die van deze tijd gebruik wil maken dient hiervoor één van de
organisatoren in te lichten en dit per direct na afloop van een manche waarna
de deelnemer tijd wenst te gebruiken. Doet de deelnemer dit niet, dan start de
volgende manche zoals voorzien en wordt de deelnemer geacht klaar te zijn om te
rijden of beschikbaar voor marshalling.
IV. Gedragsbepalingen en wagenkeuring
1
Marshalling
Elke
deelnemer van een GP die niet zelf in een manche meerijdt, voert de taak van
marshall uit (cfr. marshalling).
De
marshall dient wagens die van de baan gaan in een aan hem of haar toevertrouwd
gedeelte ervan, terug in de baan te zetten. De marshall dient dit te doen op
een kalme en rustige manier en indien mogelijk zonder andere deelnemers te
hinderen in de manche. De marshall probeert de wagen in te zetten op de plaats waar
deze er ongeveer is afgegaan. Een marshall dient zich enkel te concentreren op
het aan hem toevertrouwde gedeelte van de baan en mag zich niet laten afleiden
door het verloop van de race.
Deelnemers
op hun beurt dienen er vertrouwen in te hebben dat de marshall zich terdege van
zijn taak kwijt en dienen kalm en rustig te blijven wanneer hun wagen van de
baan gaat tijdens een manche. Deelnemers mogen de marshall slechts eenmaal én
op kalme wijze erop wijzen dat hun wagen van de baan is.
Indien
er zich een situatie voordoet waarin twee wagens tegelijk van de baan gaan, dan
zal de marshall indien mogelijk voorrang geven aan de wagen die gehinderd of
geduwd werd en deze eerst terug in de baan te zetten. De marshall dient wel
elke wagen die de baan hindert per direct van de baan weg te nemen alvorens
wagens terug in te zetten, dit om verdere onregelmatigheden te voorkomen.
De
deelnemers, wiens wagens tijdens een race van de baan gaat, moeten de trekker
van hun regelaar lossen totdat hun wagen terug in de baan is gezet door de
marshall.
2
Algemeen gedrag
Gedrag
waaronder, maar niet uitsluitend beperkt tot: het opzettelijk rijden met een
niet-conforme wagen, het opzettelijk aanrijden van een wagen, het opzettelijk
‘scheppen’ van een voorligger, het opzettelijk met hoge snelheid van de baan
duwen van een andere wagen, het opzettelijk slecht uitvoeren van de taak als
marshall, etc., zal door de organisatie als onsportief worden beschouwd en kan
aanleiding geven tot aftrek van punten, startverbod en/of diskwalificatie in
een manche, GP en/of kampioenschap.
Het
is aan iedereen verboden om binnen een afstand van 50 cm van de baan te
drinken, te eten en/of te roken. Inbreuken op dit verbod kunnen worden bestraft
met onder andere tijdstraf, aftrek van punten, tijdelijk startverbod en/of
diskwalificatie.
3
Niet-conforme wagenspecificatie
Elke
deelnemer wiens wedstrijdwagen niet-conform de regels is die beschreven staan
onder sectie “II. Wagenspecificaties”, kan worden bestraft door de tuchtcommissie
(zie sectie “IV.5 Tuchtcommissie”) met aftrek van punten, diskwalificatie en/of
startverbod in een manche, GP en/of kampioenschap.
Enkel
de keuringscommissie (zie sectie “IV.4 Keuringscommissie”) kan beslissen of een
wagen al dan niet conform is. Indien een wagen als niet-conform bevonden wordt,
dan zal de deelnemer, die de wagen inschreef voor de GP, worden doorverwezen naar
de tuchtcommissie, die een strafmaat bepaalt voor de overtreding. Deze
strafmaat kan zijn: aftrek van punten, diskwalificatie en/of startverbod in een
manche, GP en/of kampioenschap.
Geen
wagen, waarvan bekend is dat hij niet-conform is, kan starten in een manche van
een GP totdat de wagen terug conform is gemaakt.
4
Keuringscommissie
De
zgn. keuringscommissie is belast met het onderzoeken van een wagen wanneer er
twijfel bestaat over de conformiteit ervan. Deze commissie wordt gevormd aan
het begin van een kampioenschap en bestaat uit vier leden: drie vaste leden en
één reservelid. De drie vaste leden zijn de twee leden van de organisatie,
aangevuld met één van de deelnemers van het kampioenschap, die gekozen wordt
door de andere deelnemers die geen deel uitmaken van de organisatie. Het
reservelid dient tevens gekozen te worden door de andere deelnemers die geen
deel uitmaken van de organisatie. Het reservelid wordt ingeschakeld bij een
onderzoek, wanneer de te onderzoeken wagen toebehoort aan één van de drie vaste
leden van de keuringscommissie of wanneer één van de drie vaste leden van de
keuringscommissie afwezig is. Indien er meerdere leden van de keuringscommissie
afwezig zijn, dan wordt de wagen gekeurd door de overige leden van de keuringscommissie
die aanwezig zijn.
De
leden van de keuringscommissie dienen strikt het op datum van keuring geldende
Algemeen Reglement toe te passen.
Als
na keuring de keuringscommissie de wagen unaniem als niet-conform heeft bevonden,
dan wordt de deelnemer die de wagen inschreef (hierna genoemd als ‘de
overtreder’) doorverwezen naar de tuchtcommissie, die dan een strafmaat moet bepalen.
De
keuringscommissie dient de aard van de niet-conformiteit bekend te maken aan de
tuchtcommissie en de overige deelnemers.
5
Tuchtcommissie
De
zgn. tuchtcommissie is belast met het bepalen van de strafmaat voor de overtreder
. De tuchtcommissie bestaat uit drie leden, nl. de twee leden van de organisatie,
aangevuld met één van de deelnemers van het kampioenschap, die nog geen deel
uitmaakt van de keuringscommissie en die gekozen wordt door de andere
deelnemers die geen deel uitmaken van de organisatie.
De
strafmaat die wordt opgelegd aan de overtreder door de tuchtcommissie moet
worden overeengekomen door alle leden ervan.
Indien
de overtreder deel uitmaakt van de tuchtcommisie, dan zal de strafmaat worden
bepaald door de overige twee leden van de tuchtcommissie.
Indien
er binnen de tuchtcommissie geen consensus kan worden bereikt over de strafmaat,
dan zal deze worden bepaald door de keuringscommissie. Indien ook binnen de
keuringscommissie geen consensus kan worden bereikt over de strafmaat, dan
blijft de overtreding onbestraft.